| | IJslandse paarden stammen rechtstreeks af van het Europese oerpaard. Vanaf 800 na Chr. treft men deze paarden aan op IJsland. Zo'n 100 jaar later wordt door de IJslandse overheid een invoerverbod voor paarden ingelast om te voorkomen dat er kruising met andere rassen zou plaatsvinden en daarnaast werden vreemde ziekten zo geweerd. Dit invoerverbod geld nu nog steeds en wordt tot op de dag van vandaag streng nageleefd. Zelfs wanneer het paard even is weg geweest voor bijvoorbeeld een wedstrijd mag het paard nooit meer terug naar IJsland! Als gevolg van dit invoerverbod heeft het IJslandse paardenras zich geheel apart van alle andere paardenrassen kunnen ontwikkelen. In combinatie met de veelal barre omstandigheden waaronder de paarden zich moesten ontwikkelen is het ras mede geworden wat het nu is: klein, sterk en sober. In de jaren "50 begint men ook in de rest van Europa geïnteresseerd te raken in dit bijzondere paardenras. Vanaf die tijd is er dan ook sprake van een bloeiende export naar diverse landen in Europa. |
Wat maakt dit paardenras, dat lange tijd een geïsoleerde ontwikkeling heeft doorgemaakt, nu zo anders dan andere paardenrassen? Een meteen in het oog springend verschil is de afmeting. Een IJslander wordt niet groter dan 1.45 m, en wordt over het algemeen bereden door volwassenen! Dat kan ook heel goed, want IJslanders zijn door hun compacte bouw enorm sterk. Verder zien IJslanders er in verhouding tot andere paardenrassen nogal ruig uit! Ze hebben dikke manen (die niet worden geknipt!), een dikke staart, en in de winter dragen ze een wollige wintervacht, waardoor ze zowel 's zomers als 's winters buiten in de wei kunnen verblijven en in principe geen stal nodig hebben. Bovendien komen ze in allerlei kleuren voor: zwart, schimmel, vos, (donker)bruin, maar ook bont, palomino, of wildkleur.
Alle paardenrassen kunnen stappen, draven en galopperen, maar IJslanders hebben nog meer gangen! Men spreekt van een 4-ganger als een IJslands paard naast stap, draf en galop ook nog kan tölten. Een 5-ganger heeft stap, draf, galop, tölt en telgang. De verschillen tussen al die gangen hebben te maken met de manier waarop het paard zijn benen neerzet. Overigens zijn deze twee extra gangen volledig natuurlijke gangen. Wanneer u IJslandse veulens in de wei ziet bewegen vertonen ze vaak al tölt of telgang. De verschillen tussen de gangen kunt u het best zelf ervaren door eens een ritje op een IJslander te maken! Maar toch alvast een tipje van de sluier: in tölt zit u volledig stil en kunt u snelheden behalen die u in een flinke galop ook kunt behalen. Bovendien kleeft er maar één gevaar aan dit tempo tölt: wanneer u dit eenmaal ervaren heeft bent u voor altijd verkocht aan deze "versnelling" van het IJslandse paard! Tekst: uit de brochure van Stoeterij frá Liberté |